Naar de inhoud
Fysionotitiesfysiotherapie, uitgelegd met de regeling erbij

Zorg en regeling

Wat fysiotherapie is en wat de basisverzekering ervan dekt

Wat het Besluit zorgverzekering onder fysiotherapie verstaat, welke zorg de basisverzekering dekt en vanaf welke behandeling die dekking begint.

Bureau met een opengeslagen wettekst, een leesbril en een notitieblok waarop met potlood artikelnummers zijn genoteerd

Fysiotherapie hoort bij de paramedische zorg in de basisverzekering, maar wat de verzekering vergoedt, hangt af van uw leeftijd en van de aandoening waarvoor u wordt behandeld. Artikel 2.6 van het Besluit zorgverzekering, geldend vanaf 1 juli 2026, benoemt de aandoeningen, de aantallen behandelingen en de termijnen die dat bepalen.

Vijf beroepen onder één artikel

Het besluit opent met een verdeling: paramedische zorg omvat fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en diëtetiek. Vijf beroepen, elk met eigen voorwaarden. Voor ergotherapie staat een maximum van tien behandeluren per kalenderjaar, mits de zorg de zelfzorg en zelfredzaamheid van de verzekerde bevordert en herstelt; voor diëtetiek staan er drie, mits de zorg een geneeskundig doel heeft. De fysiotherapie krijgt daarna de meeste aandacht, want de wetgever heeft er zes aparte groepen aan toegevoegd, van bekkenfysiotherapie bij urine-incontinentie tot een valpreventieve beweeginterventie. Wie zich fysiotherapeut mag noemen, bepaalt dit besluit niet: de titel is bij wet beschermd en het bijbehorende register is openbaar. Daarover gaat de bladzijde over het BIG-register en de titelbescherming.

Wat het besluit een behandeling noemt

De omschrijving in artikel 2.6, tweede lid, is kort: fysiotherapie en oefentherapie zijn zorg zoals fysiotherapeuten en oefentherapeuten die plegen te bieden, ter behandeling van aandoeningen die in bijlage 1 staan, voor zover de daar aangegeven termijn niet is overschreden. Twee voorwaarden dragen dus de hele regeling: de aandoening moet op de lijst voorkomen, en de behandeling moet binnen de termijn vallen. Hoe een fysiotherapeut vervolgens werkt en welke technieken hij inzet, laat het besluit buiten beeld. De Wet BIG vult dat aan vanuit de handeling: tot het deskundigheidsgebied van de fysiotherapeut hoort het verrichten van bij maatregel omschreven handelingen op het gebied van de fysiotherapie, voor zover die op het gebied van de geneeskunst liggen, en daarnaast handelingen die iemands gezondheidstoestand bevorderen of bewaken.

Wie betaalt de eerste twintig behandelingen?

Voor verzekerden van achttien jaar en ouder omvat de zorg van het tweede lid niet de eerste twintig behandelingen. Zo staat het er, en praktisch betekent het dat een volwassene met een aandoening uit bijlage 1 de eerste twintig behandelingen zelf betaalt; de vergoeding uit de basisverzekering begint daarna, binnen de termijn van de bijlage. Een maximumaantal behandelingen kent dit deel van de regeling verder niet: de termijn is de enige grens die de tekst noemt. Wat een behandeling kost, staat nergens in het besluit; hoe de rekening van twintig behandelingen zich verhoudt tot bijlage 1 en tot het eigen risico, leest u op de bladzijde over de kosten van fysiotherapie.

Onder de achttien loopt het anders

Voor kinderen staat er een eigen stelsel, in het negende lid. Verzekerden jonger dan achttien jaar krijgen, in gevallen die niet onder het tweede lid vallen, ten hoogste negen behandelingen van dezelfde aandoening per kalenderjaar. Is het resultaat daarna ontoereikend, dan volgt verlenging met ten hoogste negen behandelingen, samen dus hooguit achttien voor één aandoening in één jaar. De maatstaf is het kalenderjaar, zo staat in het lid zelf. Staat de aandoening juist wel in bijlage 1, dan geldt de gewone regeling van die bijlage, en de uitsluiting van de eerste twintig behandelingen is geschreven voor verzekerden van achttien jaar en ouder: kinderen treft die niet.

Termijnen die bijlage 1 zelf noemt

Bijlage 1 bevat aandoeningen van het zenuwstelsel, van het bewegingsapparaat en een restgroep, van een cerebrovasculair accident en multipele sclerose tot lymfoedeem, littekenweefsel van de huid en status na een ziekenhuisopname. De meeste aandoeningen op de lijst krijgen geen eigen termijn mee. Een klein aantal krijgt er wel een, en die termijnen lopen uiteen, zoals de actuele tekst van het Besluit zorgverzekering toont.

Maximale behandeltermijnen uit bijlage 1 bij artikel 2.6 van het Besluit zorgverzekering, geldend vanaf 1 juli 2026, geraadpleegd op 6 september 2026
Aandoening in de bijlageTermijn in de tekst
radiculair syndroom met motorische uitvalmaximaal drie maanden
postpartum bekkeninstabiliteitmaximaal drie maanden
fracturen die conservatief worden behandeldmaximaal zes maanden na conservatieve behandeling
frozen shoulder (capsulitis adhaesiva)maximaal twaalf maanden
perifeer arterieel vaatlijden, stadium 3 Fontainemaximaal twaalf maanden
status na opname of dagbehandelingmaximaal twaalf maanden, aansluitend op de eerste behandeling na ontslag naar huis of het einde van de dagbehandeling
wekedelentumorenmaximaal twee jaren na bestraling

Whiplash hoort in dit overzicht maar verdient eigen zinnen, want hieraan zit een verlenging vast. De termijn is maximaal drie maanden. Bestaat daarna nog de trias van bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, dan kan de periode met maximaal zes maanden worden verlengd. Het is een van de weinige verlengingen in de bijlage die niet aan een aantal behandelingen hangt maar aan een omschreven combinatie van klachten.

Wat geldt er buiten bijlage 1?

Erbij komen zes groepen met eigen regels, in het derde tot en met het achtste lid, en die gelden los van de lijst. Bekkenfysiotherapie in verband met urine-incontinentie: ten hoogste negen behandelingen voor verzekerden van achttien jaar en ouder. Gesuperviseerde oefentherapie bij perifeer arterieel vaatlijden in stadium 2 Fontaine: ten hoogste zevenendertig behandelingen, gedurende maximaal twaalf maanden. Dezelfde vorm van therapie bij artrose van heup of knie: ten hoogste twaalf behandelingen, ook gedurende maximaal twaalf maanden. En gesuperviseerde oefentherapie bij chronic obstructive pulmonary disease, aldus de Engelse tekst van het lid, geldt vanaf stadium II of hoger van de GOLD-classificatie voor spirometrie; een aantal behandelingen noemt dit lid niet.

De twee overige groepen hebben een ander karakter. Een valpreventieve beweeginterventie is er voor personen met een hoog valrisico die door onderliggende of bijkomende somatische of psychische problemen zijn aangewezen op begeleiding op het niveau van een fysiotherapeut: ten hoogste één interventie per twaalf maanden, en een leeftijdsgrens staat er niet bij. Langdurige gepersonaliseerde gesuperviseerde actieve oefentherapie hoort bij reumatoïde artritis of axiale spondyloartritis, voor verzekerden van achttien jaar en ouder met ernstige functionele beperkingen; ook hier staat geen aantal behandelingen bij. Woorden als gesuperviseerd komen rechtstreeks uit de regeling, en wie ze wil thuisbrengen, kan terecht in de begrippenlijst van deze site.

Waar het eigen risico begint

Artikel 2.17 van hetzelfde besluit zet op een rij welke kosten buiten het verplicht eigen risico vallen: verloskundige zorg en kraamzorg, de niet-invasieve prenatale test, huisartsenzorg en nog een handvol soorten. Fysiotherapie komt in die opsomming niet voor, en praktisch betekent dat: wie fysiotherapie uit de basisverzekering gebruikt, ziet die kosten eerst naar het verplicht eigen risico gaan. Het lid kent één opening. De zorgverzekeraar kan bepalen dat kosten buiten het eigen risico vallen als de verzekerde een door haar aangewezen aanbieder gebruikt, aangewezen farmaceutische zorg of een hulpmiddel, of een programma volgt dat op gezondheidsbevordering of preventie is gericht. Of uw verzekeraar daar gebruik van maakt, staat niet in het besluit; dat staat alleen in uw eigen voorwaarden.

Het besluit zelf opzoeken

Alles op deze bladzijde komt uit één document: het Besluit zorgverzekering, nummer BWBR0018492 op wetten.overheid.nl. Zoek dat nummer, kies de versie die geldt sinds 1 juli 2026, en open artikel 2.6 met de bijlage en artikel 2.17. De aantallen hierboven, van twintig tot zevenendertig, staan er letterlijk zo bij en zijn geen schatting van deze redactie. Let tot slot op de datum van gelding boven aan de tekst: deze bladzijde is nagelezen op 6 september 2026, en wijst de site u op een nieuwere versie, dan is deze uitleg aan herziening toe.

01

In deze rubriek staan drie bladzijden

  1. Keukentafel bij het raam met een rekenmachine, een geslepen potlood en een stapel onbeschreven ruitjespapier in het ochtendlicht

    Wat fysiotherapie kost: de twintig behandelingen, bijlage 1 en het eigen risico

    De vergoeding zoals artikel 2.6 en bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering die vastleggen, aandoening voor aandoening.

  2. Twee handen wijzen naar het gewricht van een anatomisch model van een knie dat op een tafel in een lichte behandelkamer staat

    Het beroep fysiotherapeut: het BIG-register, de titel en de interessegroepen

    Wat de Wet BIG regelt over de titel, het register en het deskundigheidsgebied van de fysiotherapeut.

  3. Iemand schrijft aan een tafel bij het raam een brief op briefpapier, met een envelop en een kop thee ernaast, alleen de handen in beeld

    Klachten en patientenrechten: zes weken, vier weken en de geschilleninstantie

    De wettelijke route van een klacht in de zorg, met de termijnen die de Wkkgz noemt.