Naar de inhoud
Fysionotitiesfysiotherapie, uitgelegd met de regeling erbij

Zorg en regeling

Wat fysiotherapie kost: de twintig behandelingen, bijlage 1 en het eigen risico

Welke aandoeningen in bijlage 1 bij artikel 2.6 staan, met welke behandeltermijn, en waarom het besluit zelf geen enkel bedrag noemt.

Keukentafel bij het raam met een rekenmachine, een geslepen potlood en een stapel onbeschreven ruitjespapier in het ochtendlicht

Bijlage 1 bij het Besluit zorgverzekering is een gesloten lijst van aandoeningen waarvoor fysiotherapie uit de basisverzekering kan worden vergoed, ook al zijn de eerste twintig behandelingen voor volwassenen uitgezonderd. Deze bladzijde zet de volledige lijst op een rij, groep voor groep, met de behandeltermijn die de bijlage zelf noemt, en zegt erbij wat de lijst niet regelt.

De lijst staat niet in de wet zelf maar in een bijlage bij artikel 2.6, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, geldend van 1 juli 2026 en geraadpleegd op 6 september 2026 op wetten.overheid.nl. De opzet is streng: eerst vier groepen aandoeningen, daarna een handvol bijzondere termijnen die alleen voor bepaalde onderdelen gelden. Wie een aandoening op de lijst zoekt en niet vindt, heeft daarmee ook een antwoord: staat hij er niet bij, dan valt de zorg niet onder dit lid van artikel 2.6. Hoe het mechanisme rond die eerste twintig behandelingen en het eigen risico precies werkt, valt buiten deze bladzijde en staat uitgelegd op de bladzijde over de dekking van fysiotherapie.

Vier groepen, waarvan er drie overblijven

De bijlage opent met de zin dat de aandoeningen betreffen: aandoeningen van het zenuwstelsel (onderdeel a), aandoeningen van het bewegingsapparaat (onderdeel b), of een van de aandoeningen uit onderdeel d. Er heeft ooit een onderdeel c bestaan, maar dat is vervallen, net als het eerste subonderdeel van onderdeel d. Het woordje "of" tussen de onderdelen betekent dat één aandoening uit één groep volstaat: de verzekerde hoeft niet aan meerdere groepen te voldoen. Binnen elke groep telt elk subonderdeel als volwaardige aandoening, met soms een extra voorwaarde in de formulering, zoals een leeftijdsgrens of een bepaald stadium van de ziekte.

Wat staat er onder de aandoeningen van het zenuwstelsel?

Onderdeel a telt twaalf subonderdelen, en geen daarvan is vervallen. De tabel hieronder geeft ze weer zoals de bijlage ze noemt, met de nummering van de tekst. Let op de voorwaarden die in sommige formuleringen zitten: zo geldt de motorische retardatie alleen bij personen jonger dan 17 jaar, en de perifere zenuwaandoening alleen als er sprake is van motorische uitval.

Bijlage 1, onderdeel a, bij artikel 2.6, tweede lid, Besluit zorgverzekering, geraadpleegd 6 september 2026
Aandoening van het zenuwstelselSubnr.Termijn in de bijlage
Cerebrovasculair accidenta-1geen eigen termijn in de bijlage
Ruggenmergaandoeninga-2geen eigen termijn in de bijlage
Multipele sclerosea-3geen eigen termijn in de bijlage
Perifere zenuwaandoening, indien sprake is van motorische uitvala-4geen eigen termijn in de bijlage
Extrapiramidale aandoeninga-5geen eigen termijn in de bijlage
Motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel, bij personen jonger dan 17 jaara-6geen eigen termijn in de bijlage
Aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsela-7geen eigen termijn in de bijlage
Cerebellaire aandoeninga-8geen eigen termijn in de bijlage
Uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsela-9geen eigen termijn in de bijlage
Radiculair syndroom met motorische uitvala-10maximaal drie maanden
Spierziektea-11geen eigen termijn in de bijlage
Myasthenia gravisa-12geen eigen termijn in de bijlage

Eén termijn wordt in dit onderdeel bij naam genoemd: het radiculair syndroom met motorische uitval kent volgens het tweede deel van de bijlage een behandelduur van maximaal drie maanden. Voor de overige elf aandoeningen noemt de bijlage zelf geen termijn, en dat is iets anders dan een onbeperkte behandeling: artikel 2.6, tweede lid, spreekt van zorg "voor zover de daarbij aangegeven termijn niet is overschreden", en of behandeling medisch noodzakelijk blijft, staat los van deze lijst.

Het bewegingsapparaat, met gaatjes in de nummering

Onderdeel b is de langste groep en tegelijk degene met de meeste geschiedenis. Zes subnummers, de 5, 8, 9, 10, 11 en 12, zijn vervallen en worden in de tekst aangeduid met "[Red: vervallen]". Dat betekent dat er ooit aandoeningen op die plaatsen stonden die daarna van de lijst zijn gehaald, en dat de overgebleven nummering bewust is behouden. Voor de lezer van vandaag tellen alleen de subonderdelen die er nog staan, twaalf in totaal, op de nummers 1 tot en met 4, 6, 7 en 13 tot en met 18.

Bijlage 1, onderdeel b, bij artikel 2.6, tweede lid, Besluit zorgverzekering, geraadpleegd 6 september 2026
Aandoening van het bewegingsapparaatSubnr.Termijn in de bijlage
Aangeboren afwijkingb-1geen eigen termijn in de bijlage
Progressieve scolioseb-2geen eigen termijn in de bijlage
Juveniele osteochondrose, bij personen jonger dan 22 jaarb-3geen eigen termijn in de bijlage
Reflexdystrofieb-4geen eigen termijn in de bijlage
Fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Pagetb-6geen eigen termijn in de bijlage
Frozen shoulder (capsulitis adhaesiva)b-7maximaal twaalf maanden
Hyperostotische spondylose (morbus Forestier)b-13geen eigen termijn in de bijlage
Collageenziektenb-14geen eigen termijn in de bijlage
Status na amputatieb-15geen eigen termijn in de bijlage
Whiplashb-16maximaal drie maanden, verlengbaar met maximaal zes maanden bij bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen
Postpartum bekkeninstabiliteitb-17maximaal drie maanden
Fracturen, indien conservatief behandeldb-18maximaal zes maanden na conservatieve behandeling

De whiplash-regeling is de meest bewerkelijke van de hele bijlage. De basisduur is drie maanden, maar als daarna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan de periode verlengd worden met maximaal zes maanden. De bijlage noemt de drie verschijnselen samen en noemt ze een trias: één van de drie alleen is in deze formulering niet genoeg.

De restgroep: van lymfoedeem tot wekedelentumoren

Onderdeel d bundelt aandoeningen die in geen van de twee vorige groepen thuishoren. Het eerste subonderdeel is vervallen, zodat de groep met zeven onderdelen overblijft. Ook hier zitten voorwaarden in de formulering, zoals bij de diffuse interstitiële longaandoening, die alleen telt als er sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.

Bijlage 1, onderdeel d, bij artikel 2.6, tweede lid, Besluit zorgverzekering, geraadpleegd 6 september 2026
Aandoening uit de restgroepSubnr.Termijn in de bijlage
Aangeboren afwijking van de tractus respiratoriusd-2geen eigen termijn in de bijlage
Lymfoedeemd-3geen eigen termijn in de bijlage
Littekenweefsel van de huid al dan niet na een traumad-4geen eigen termijn in de bijlage
Status na opname in een ziekenhuis, verpleeginrichting of revalidatie-instelling dan wel na dagbehandeling, ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of beëindiging van de dagbehandelingd-5maximaal twaalf maanden, aansluitend op de eerste behandeling na ontslag of beëindiging
Perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontained-6maximaal twaalf maanden
Wekedelentumorend-7maximaal twee jaren na bestraling
Diffuse interstitiële longaandoening, indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornisd-8geen eigen termijn in de bijlage

Bij de status na opname telt de klok vanaf de eerste behandeling na ontslag naar huis of na beëindiging van de dagbehandeling, niet vanaf de opname zelf. Dat staat letterlijk zo in de bijlage. Wie de volledige formuleringen wil lezen, met alle vervallen plaatsen erbij, kan de actuele tekst van het Besluit zorgverzekering openen en naar bijlage 1 bij artikel 2.6 scrollen.

Waarom deze lijst zo star is

De lijst staat in een besluit, niet in een behandelprotocol, en dat verklaart zijn karakter. Een besluit verandert alleen langs de formele weg van wetgeving, en de vervallen subnummers in onderdeel b laten zien dat de lijst wel degelijk is bijgewerkt, maar langzaam. Dat heeft een praktische keerzijde: de formuleringen zijn juridisch en soms ouderwets, en de indeling volgt geen huidige medische classificatie. Een aandoening die vandaag een andere naam draagt dan in de bijlage, staat er daardoor niet automatisch onder die nieuwe naam op. De vergoeding hangt aan de formulering zoals die in de bijlage staat, en aan de vraag of de termijn die erbij hoort nog niet is overschreden.

Welke termijnen gelden er precies?

Alle termijnen staan in de leden 2 tot en met 7 van de bijlage, en alleen voor deze combinaties geeft de bijlage zelf een duur: radiculair syndroom met motorische uitval en postpartum bekkeninstabiliteit krijgen maximaal drie maanden, whiplash drie maanden met een mogelijke verlenging van zes, conservatief behandelde fracturen zes maanden, en frozen shoulder, perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine en de status na opname twaalf maanden. Wekedelentumoren sluiten de rij af met maximaal twee jaren na bestraling. Voor alle andere aandoeningen op de lijst geldt: de bijlage noemt er geen termijn bij. De zes groepen bijzondere zorg uit de leden 3 tot en met 8 van artikel 2.6, zoals bekkenfysiotherapie bij urine-incontinentie, vallen buiten bijlage 1 en hebben hun eigen behandelaantallen, die op de al genoemde bladzijde over het mechanisme van artikel 2.6 staan uitgelegd.

Wat kost het, als het besluit geen tarief noemt?

Deze bladzijde staat op een adres dat historisch de vraag "wat kost fysiotherapie" droeg, en daarop geeft het Besluit zorgverzekering zelf geen antwoord. Het besluit noemt geen enkel bedrag, geen tarief, geen percentage en geen vergoeding per behandeling voor fysiotherapie. Wat het wel doet, is bepalen welke zorg onder de basisverzekering valt en, in artikel 2.17, welke kosten buiten het verplicht eigen risico blijven. Fysiotherapie staat niet in de opsomming van artikel 2.17, eerste lid, wat praktisch betekent dat de kosten van vergoede fysiotherapie niet automatisch buiten dat eigen risico vallen. Het bedrag dat een behandeling kost en wat een verzekeraar daarvan vergoedt, staan in de voorwaarden van de zorgverzekeraar, en die voorwaarden reproduceert het besluit niet. Ook over eventuele aanvullende verzekeringen zegt de bijlage niets.

De lijst zelf nakijken

De tabellen hierboven volgen de nummering van de bijlage, en dat maakt de controle eenvoudig: open de tekst van het Besluit zorgverzekering op wetten.overheid.nl, versie geldend vanaf 1 juli 2026, zoek bijlage 1 bij artikel 2.6, tweede lid, en leg de subnummers naast elkaar. Waar de tabel "geen eigen termijn in de bijlage" zegt, staat in de brontekst inderdaad geen enkele duur vermeld bij dat subonderdeel, en dat mag u controleren tot op het woord. Voor begrippen uit de formuleringen, zoals wat een extrapiramidale aandoening is, verwijst dit magazine naar de begrippenlijst met woorden uit de regeling.

De basisverzekering vergoedt fysiotherapie alleen bij een chronische aandoening die op de lijst van bijlage 1 staat, bij een operatie of bij een ziekenhuisopname van meer dan een dag; de eerste twintig behandelingen vallen onder het eigen risico. Voor de meeste klachten in de eerste lijn geldt dus geen vergoeding. Wie in een winkel of bedrijf werkt, kan wel kijken naar de eigen omgeving: de interne bladzijde over afspraken bij zieke medewerkers beschrijft de basis van infectiepreventie, met ventilatie, schoonmaak en handen wassen. Die regels staan los van de zorgverzekering, maar beïnvloeden wel hoeveel zorg er nodig is.