Zorg en regeling
Het beroep fysiotherapeut: het BIG-register, de titel en de interessegroepen
Welk register de Wet BIG voor de fysiotherapeut instelt, wie de titel mag voeren, en wanneer een inschrijving wordt geweigerd of doorgehaald.
Wie zich in Nederland fysiotherapeut noemt, staat ingeschreven in een register dat de Wet BIG kent, en die titel is wettelijk beschermd. Deze bladzijde laat zien wat dat register noteert, wanneer een inschrijving wordt geweigerd of doorgehaald, en welke bijzondere interessegroepen het vakgebied verder indelen.
Een wet die elf beroepen in registers zet
De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, kortweg Wet BIG, regelt in artikel 3 dat er registers worden ingesteld voor een vast aantal beroepen: arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, physician assistant, orthopedagoog-generalist en klinisch technoloog. De fysiotherapeut staat daar dus tussen de andere zorgberoepen, niet in een aparte regeling. Wie aan de voorwaarden voldoet, wordt op aanvraag ingeschreven. Elk register wordt volgens hetzelfde artikel ingesteld en beheerd door Onze Minister, en de tuchtcolleges hebben toegang tot de informatie om hun taak in hoofdstuk VII te kunnen uitoefenen. De wet noemt als doel van de registers onder meer het toezicht op de uitvoering van de artikelen 4 en 17, en het kunnen voldoen aan een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 12.
Wat het register over u vermeldt
Bij elke inschrijving worden volgens artikel 3, tweede lid, de naam, voornamen, geslacht, geboortedatum, nationaliteit en het adres van de betrokkene vermeld, plus het nummer en het tijdstip van inschrijving. Dat nummer is wat in de buitenwereld het BIG-nummer wordt genoemd. Niet alles daarvan is openbaar: het derde lid zegt dat de naam, de voorletters, het geslacht, het BIG-nummer en het betreffende beroep en specialisme van een ingeschrevene openbaar zijn. Wie wil controleren of een fysiotherapeut daadwerkelijk staat ingeschreven, kan dus met die openbare gegevens zoeken. De wet zegt er niet bij hoe lang zo'n opzoeking duurt of via welk scherm dat precies loopt; dat staat niet in het artikel zelf. In artikel 4a staat wel dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze een beroepsbeoefenaar publiek kenbaar maakt onder welk BIG-nummer hij is ingeschreven.
Wie mag de titel fysiotherapeut voeren?
De titelbescherming staat in artikel 4. Het eerste lid reserveert de benaming van de hoedanigheid waarin iemand is ingeschreven als titel voor degene die daadwerkelijk in het register staat. Het tweede lid verbiedt aan wie dat recht niet toekomt het voeren van die titel, van een gelijkende benaming, of van een onderscheidingsteken dat met toepassing van artikel 93 is aangegeven of daarmee in hoofdzaak overeenstemt. Letterlijk genomen betekent dit dat niet alleen het woord fysiotherapeut beschermd is, maar ook wat daar dicht tegenaan schuurt. Artikel 4 bevat één uitzondering: wie op grond van artikel 12, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties gedeeltelijke toegang heeft tot een beroep, mag zijn werkzaamheden uitoefenen onder de beroepstitel van zijn staat van herkomst of oorsprong. In artikel 3, vierde lid, staat dat zo'n gedeeltelijke toegang bij de inschrijving wordt aangetekend, met vermelding van de beroepswerkzaamheden waarvoor die geldt.
Wanneer zegt de wet nee tegen een aanvraag?
Artikel 6 somt de gronden op waarop de inschrijving wordt geweigerd. Dat gebeurt onder meer wanneer de aanvrager niet voldoet aan de opleidingseisen van hoofdstuk III, wanneer hij op grond van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld wegens lichamelijke of geestelijke toestand, of wanneer hij bij rechterlijke uitspraak is ontzet van het recht het beroep uit te oefenen. Ook een maatregel die onder deze wet jegens de aanvrager is genomen kan tot weigering leiden, en hetzelfde geldt voor een buitenlandse rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing waardoor de aanvrager in dat land zijn beroepsrechten tijdelijk of blijvend is kwijtgeraakt. De zesde grond is praktisch van aard: de aanvrager moet de Nederlandse taal voldoende beheersen om het beroep hier uit te kunnen oefenen. Artikel 5 legt vast dat Onze Minister op de aanvraag beslist, en dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het bedrag dat voor de behandeling van een aanvraag moet worden betaald. Hoe hoog dat bedrag is, staat niet in de wet zelf.
Hoe een inschrijving weer verdwijnt
Een inschrijving is niet voor altijd. Artikel 7 somt de gevallen op waarin die wordt doorgehaald: bij overlijden, op verzoek van de ingeschrevene zelf, of wanneer de ingeschrevene in een van de omstandigheden van artikel 6, onder b of c, is komen te verkeren. Ook hier kan een onder deze wet genomen maatregel of een buitenlandse beslissing tot doorhaling leiden, en artikel 7, onder f, voegt daar een maatregel toe die berust op de Wet medisch tuchtrecht BES. Artikel 7a geeft Onze Minister de bevoegdheid om de buitenlandgronden buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken, voor zover toepassing zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Voor de lezer betekent dit dat een titel die vandaag klopt, morgen doorgehaald kan zijn; het register is de enige maatstaf. Wie de begrippen uit de regeling wil nalezen, vindt die elders op deze site verklaard.
Welke opleiding telt voor fysiotherapie?
Voor de fysiotherapeut staat de eis in artikel 28, in paragraaf 6 van de wet. Om in het register te worden ingeschreven is vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde opleidingseisen. De wet noemt dat getuigschrift verder niet: welke opleiding precies voldoet, staat dus niet in het artikel zelf maar in dat besluit. Artikel 29 omschrijft vervolgens het gebied van deskundigheid. Tot dat gebied wordt gerekend het verrichten van bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven handelingen op het gebied van de fysiotherapie, voor zover die op het gebied van de geneeskunst liggen. Het tweede lid voegt daaraan toe dat ook handelingen die rechtstreeks betrekking hebben op een persoon en diens gezondheidstoestand bevorderen of bewaken tot het gebied behoren, wanneer die overeenkomen met de omschreven handelingen maar niet op het gebied van de geneeskunst liggen. De volledige artikeltekst van de Wet BIG staat op wetten.overheid.nl, in de versie geldend vanaf 5 juli 2025.
Eén register, vele beroepsgroepen
Binnen het ene beroep bestaan verdere verfijningen die de wet niet kent, maar de beroepsvereniging wel. Het KNGF noemt op kngf.nl/specialismen een reeks bijzondere interessegroepen: de NVMT voor manuele therapie, de NVFB voor bekkenfysiotherapie, de NVFK voor kinderfysiotherapie, de NVFS voor sportfysiotherapie, de NVFG voor geriatriefysiotherapie, de NVFL voor oedeem- en oncologiefysiotherapie, de NFP voor psychosomatische fysiotherapie, de VHVL voor hart-, vaat- en longfysiotherapie, de NVZF voor ziekenhuisfysiotherapie, de NVFVG voor fysiotherapie bij verstandelijke beperking en de NVBF voor arbeids- en bedrijfsfysiotherapie. Dit zijn verenigingen, geen registers: het BIG-register kent de fysiotherapeut als zodanig, en geen aparte inschrijving per specialisme. De wet zegt daar in artikel 3, derde lid, wel dat het betreffende beroep en specialisme openbaar worden vermeld bij de inschrijving.
Wat is een orofaciaal fysiotherapeut?
Eén van die interessegroepen is de NVOF, de bijzondere interessegroep orofaciale fysiotherapie. De NVOF omschrijft de orofaciaal fysiotherapeut als de fysiotherapeut die zich richt op het onderzoeken en behandelen van cliënten met gezondheidsproblemen die samenhangen met functiestoornissen en functionele beperkingen in het hoofd- en halsgebied en in het kauwstelsel. Voor de opleidingen die geldig zijn voor registratie verwijst de NVOF naar het Kwaliteitshuis Fysiotherapie, kwaliteitshuisfysiotherapie.nl. Over klachten in het kauwstelsel staat op deze site een aparte bladzijde over kaakklachten en orofaciale fysiotherapie, inclusief wat een systematische review vond over myofascial release bij temporomandibulaire disfunctie.
Zelf de status van een titel nagaan
Wie met een fysiotherapeut in aanraking komt, kan diens BIG-nummer vragen en dat afzetten tegen de openbare gegevens uit artikel 3, derde lid: naam, voorletters, geslacht, nummer, beroep en specialisme. Klopt er iets niet, dan wijst artikel 4, tweede lid, op een verbod dat handhaafbaar is. Meer over de gevolgen voor de zorg zelf leest u in het overzicht van wat fysiotherapie is en dekt en in de uitleg over klachten en patiëntenrechten. Het eenvoudigste begin is de tekst van artikel 3 op wetten.overheid.nl openslaan en tellen welke elf beroepen er in het eerste lid staan, met de fysiotherapeut op de zesde plaats in de opsomming.
Wie zich na de uitleg over het BIG-register afvraagt hoe preventie in de praktijk per leeftijd verloopt, vindt op Fysionotities een aparte bladzijde over dagelijkse gewoontes per levensfase. Die bladzijde behandelt praktische gewoontes voor de eerste 1000 dagen, valpreventie bij het ouder worden en dagelijkse preventie per leeftijd. De rol van de fysiotherapeut verschuift daarmee van behandeling achteraf naar begeleiding vooraf, zonder dat de wettelijke kaders van het beroep veranderen. De genoemde bladzijde is een interne bladzijde van Fysionotities en staat los van het BIG-register.